Ksa zet in op preventie: vijf nieuwe projecten tegen gokschade gefinancierd via Verslavingspreventiefonds
15 Apr 2026
Ksa zet in op preventie: vijf nieuwe projecten tegen gokschade gefinancierd via Verslavingspreventiefonds

Op 14 april 2026 maakte de Kansspelautoriteit (Ksa) bekend vijf nieuwe projecten te financieren via haar Verslavingspreventiefonds; deze initiatieven richten zich specifiek op het voorkomen en verminderen van gokschade in Nederland, met een sterke nadruk op vroegsignalering, ondersteuning voor risicospelers en algemene preventiemaatregelen, en dat alles in een tijd waarin onderzoek wijst op een aanzienlijk risico bij een vijfde van de gokkende Nederlanders.
De kern van de aankondiging: meer geld voor preventie
De Ksa, die al langer inzet op een veiliger speelomgeving sinds de regulering van de online kansspelmarkt, pompt nu extra middelen in concrete acties tegen verslaving; het Verslavingspreventiefonds, dat eerder al tientallen projecten ondersteunde, krijgt deze ronde vijf nieuwe ontvangers, en die keuze volgt direct op actueel onderzoek dat alarm slaat over de risico's onder gokkers.
Wat opvalt is hoe deze financiering aansluit bij bredere trends in de sector, waar toezichthouders en experts al jaren hameren op proactieve stappen voordat problemen escaleren; de projecten, variërend van opleidingen tot digitale tools, beloven hands-on hulpmiddelen voor professionals en naasten, en zo hopen uitvoerders de keten van gokschade te doorbreken voordat die echt vastloopt.
Welke organisaties pakken de handschoen op?
Stichting Anonieme Gokkers en Omgeving Gokkers (AGOG) staat bovenaan de lijst, met een project dat zich richt op lotgenotencontact en herstel; daarnaast zet de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) in op kennisontwikkeling voor behandelaars, terwijl het Trimbos-instituut, bekend van zijn werk rond verslavingspreventie, richtlijnen ontwikkelt voor gok- en gameverslaving.
Stichting Naast completeert het rijtje met webinars speciaal voor familie en vrienden van risicospelers; deze mix van spelers – van zelfhulpgroepen tot wetenschappelijke instituten – zorgt voor een breed spectrum aan aanpakken, en dat is precies waar de Ksa op stuurt, namelijk een netwerk dat van signalering tot nazorg dekkend is.
Neem AGOG: de stichting, die al decennia ervaring heeft met anonieme bijeenkomsten, breidt nu uit met trainingen voor begeleiders; het Trimbos-instituut daarentegen duikt in de wetenschap achter verslavingen, en ontwikkelt protocollen die huisartsen en psychologen direct kunnen toepassen, terwijl de NVvP en Stichting Naast de brug slaan naar naasten en professionals in de frontlinie.
Onderzoek als wake-upcall: 20% risicospelers
Deze investering komt niet uit de lucht vallen, want recent onderzoek, waaruit blijkt dat 20% van de gokkende Nederlanders een gematigd of hoog risico loopt op kansspelverslaving, onderstreept de urgentie; cijfers zoals deze, afkomstig van representatieve steekproeven onder spelers, tonen aan hoe wijdverspreid het probleem is, vooral nu de online markt sinds 2021 floreert met gelicentieerde aanbieders.
Experts die deze data analyseren, merken op dat risicogedrag vaak begint met onschuldige sessies die escaleren door gemak van apps en promoties; het Verslavingspreventiefonds reageert daarop door projecten te prioriteren die vroegsignalering mogelijk maken, zodat interventies gebeuren voordat schulden en mentale gezondheidsklachten toeslaan.
Diepgaand kijkje in de vijf projecten
Project één, geleid door AGOG, omvat opleidingen voor begeleiders in het herkennen en ondersteunen van gokkers in herstel; deelnemers leren niet alleen signalen spotten, maar ook hoe ze een veilige omgeving creëren tijdens groepssessies, en dat alles met praktijkoefeningen die direct toepasbaar zijn in lokale centra.
Het tweede initiatief, van de NVvP, richt zich op richtlijnen voor psychiaters en psychologen; hier ontwikkelen experts protocollen die gokverslaving onderscheiden van andere stoornissen, inclusief screeningsvragenlijsten en behandeltrajecten die rekening houden met comorbiditeit zoals depressie of angst, en die naadloos aansluiten bij bestaande GGZ-praktijken.

Drie: het Trimbos-instituut bouwt aan landelijke richtlijnen voor gok- en gameverslaving; deze omvatten niet alleen diagnostiek, maar ook preventieve modules voor jeugd en jongvolwassenen, groepen die vatbaar blijken voor lootboxen en in-game aankopen, en die richtlijnen worden getest in pilotgroepen voordat ze breed uitrollen.
Vier en vijf komen van Stichting Naast, met webinars voor naasten; deze online sessies, laagdrempelig en gratis toegankelijk, leren familieleden hoe ze gesprekken aangaan zonder oordeel, grenzen stellen en professionele hulp inschakelen, en zo voorkomen ze dat isolatie het probleem verergert.
Wat deze projecten verbindt, is hun focus op schaalbaarheid; ze zijn niet bedoeld als eenmalige events, maar als blijvende tools die via websites, apps en trainingen blijven bestaan, en die door gemeentes en zorginstellingen opgepakt kunnen worden lang nadat de financiering stopt.
Context van het Verslavingspreventiefonds: een bewezen trackrecord
Sinds de oprichting heeft het fonds al ruim veertig projecten gesteund, van apps voor zelfmonitoring tot campagnes in het onderwijs; deze nieuwe ronde bouwt daarop voort, en kiest bewust voor thema's zoals vroegsignalering omdat data uit eerdere initiatieven laten zien dat tijdige ingrepen de schade met tot wel 50% reduceren, volgens evaluaties van uitvoerders.
De Ksa zelf benadrukt dat financiering alleen naar projecten gaat die meetbare impact beloven; aanvragers moeten heldere doelen stellen, zoals aantal getrainde professionals of bereikt publiek, en tussentijdse rapportages indienen, zodat het geld efficiënt blijft renderen in een markt waar jaarlijks miljoenen euro's omgaan.
Observers in de verslavingszorg wijzen erop hoe deze aanpak verschilt van puur repressieve maatregelen zoals boetes; hier investeert de toezichthouder in preventie, en dat sluit aan bij Europese trends waar landen als Zweden en het VK vergelijkbare fondsen inzetten met aantoonbare dalingen in behandeltrajecten.
Praktische uitrol: wanneer en hoe starten de projecten?
De Ksa plant een snelle start, met eerste activiteiten al in de tweede helft van 2026; AGOGs opleidingen rollen uit in najaarsreeksen, Trimbos' richtlijnen verschijnen begin 2027 na consultaties, en de webinars van Stichting Naast gaan live via platforms zoals YouTube en eigen sites, zodat bereik maximaliseren een feit wordt.
Belangrijk detail: alle projecten integreren met bestaande systemen zoals Cruks, het centrale register voor uitsluiting, en mandateren samenwerking met gelicentieerde casino's; zo krijgen risicospelers niet alleen hulp, maar ook barrières tegen verdere inzetten, en dat maakt de keten echt gesloten.
Een casus uit een eerder gefinancierd project illustreert de potentie: een deelnemer aan een AGOG-training herkende bij een cliënt vroegtijdig risicogedrag, leidde tot vrijwillige Cruks-inschrijving en voorkwam duizenden euro's aan verliezen; zulke verhalen motiveren nu de nieuwe golf.
Breder perspectief: gokschade in cijfers en trends
Terwijl de online gokmarkt groeit – met honderdduizenden actieve spelers – blijft de 20%-risicogroep een constante; onderzoek toont aan dat mannen tussen 18 en 35 jaar oververtegenwoordigd zijn, vaak door sportweddenschappen en slots, maar vrouwen en ouderen winnen terrein via bingozalen en apps.
Het is opvallend hoe preventie nu centraal staat, vooral na de marktopening; de Ksa's fonds fungeert als oliesmeerder voor een ecosysteem waar operators zorgplicht dragen, maar externe expertise nodig hebben om effectief te zijn, en deze projecten vullen precies die kloof.
Conclusie: een stap vooruit in de strijd tegen gokschade
Met deze vijf projecten versterkt de Ksa haar rol als preventievoorvechter; financiering voor AGOG, NVvP, Trimbos en Stichting Naast belooft tools die risicospelers en hun kring direct raken, gebaseerd op keiharde data over dat 20%-risico, en terwijl de uitrol vordert, houden experts de ontwikkelingen scherp in de gaten om te zien hoe deze initiatieven de landelijke gokcultuur veiliger maken.
De bal ligt nu bij de uitvoerders, en met het Verslavingspreventiefonds als rugdekking, lijkt de weg geëffend voor meetbare vooruitgang in een sector die balans zoekt tussen plezier en bescherming.